1. De vondst van schilderijen

Vanwege de vondst van drie schilderijen van Vincent van Gogh hebben ik onderzoek gedaan naar de herkomst ervan. Het eerste werk waar het hier om gaat, vond ik op een dag in een kringloopwinkel. Ik kocht het niet direct, maar het bleef in mijn hoofd hangen.

Een week later stond het er nog steeds, ik kocht het samen met nog wat andere spulletjes. Thuis zette ik het in een hoek op de grond neer, waar het eigenlijk niet thuishoort, kunst moet niet op de grond staan, door plaatsgebrek was er echter even geen andere mogelijkheid.
Iedere keer als ik er langs liep dacht ik: “Toch een mooi schilderij!”
Mensen die bij mij kwamen zeiden het ook!

Op een dag ging ik nog eens wat dieper nadenken.
Enkele jaren daarvoor was er iemand naar me toegekomen met het verhaal dat een kennis van haar tien werken van Vincent van Gogh had.
Een paar dagen later liet ze er eentje van zien. Het was via familie bij een man uit het dorp terecht gekomen.

Hij had ze op zolder gezet achter slot en grendel en was niet van plan ze ooit te verkopen.
De moeder van Vincent had ze destijds geruild tegen meubilair, toen ze in Nuenen woonde, hier niet ver vandaan.

Het lijkt misschien allemaal lang geleden, maar dat is het eigenlijk niet!

Vincent stierf jong.
Mensen van zijn generatie die oud werden, leefden tot een heel end in de twintigste eeuw.
Daardoor zijn er nu nog steeds velen die door overlevering allerlei verhalen over hem kunnen vertellen.
Men houdt echter vast aan de brieven.
De weergave van Vincent zelf, hoe hij er tegenaan keek.

U zult begrijpen dat zijn familie, om te beginnen de vrouw van Vincent's broer Theo, die voor publicatie van de brieven gezorgd heeft, best gedeeltes geschrapt kan hebben die ze minder geschikt achtte, ook de rest van de familie kan daar wellicht bij latere uitgaves invloed op uitgeoefend hebben.
Het beeld dat wordt geschetst veranderd hiermee al een beetje van kleur.

Het uitgangspunt van de meeste boeken over zijn leven en werk blijven toch de brieven, die een vastliggende geschiedenis vormen.
Van verhalen die de ronde gaan kan men vaak historisch gezien moeilijker nagaan of ze kloppen, hoewel ze evengoed waar kunnen zijn of wellicht zelfs meer waarheid bevatten in bepaalde gevallen. Vincent kon namelijk goed manipuleren, ofwel bedelbrieven schrijven naar zijn broer om geld te vangen, waarbij hij het soms mooi kon vertellen.

Het onderzoek richtte zich op omgeving Nuenen, omdat hij daar een van zijn belangrijkste werken namelijk De Aardappeleters geschilderd heeft. Al vrij snel werd duidelijk dat de verhalen die men vertelde in het ene dorp haaks stonden op de die van het andere, terwijl hij op beide plekken vaak kwam; het dorp waar zijn ouders enkele jaren woonden en een naburige middelgrote gemeente waar hij rondzwierf vanwege problemen thuis.

Nuenen kent iedereen, maar dat veel mensen uit andere dorpen en steden  in de omtrek van Nuenen hem ook persoonlijk kenden is minder bekend.
Het was daarom interessant om uit te zoeken hoe de vervoersmogelijkheden waren in die tijd.
De geschiedschrijvers zeggen dat hij vaak afstanden lopend aflegde, dat hij de trein nam was eveneens bekend. Volgens hen kwam hij echter lopend niet verder dan Stiphout. Dat is al moeilijk voor te stellen, voordat hij enkele jaren terugging naar Brabant liep hij op een dag soms wel zes uur achter elkaar.
In een van zijn brieven uit die periode schrijft hij aan Theo bezig te zijn met een ezel en een paard. Het eerste om te schilderen, en het tweede om op te rijden. Maar er zijn nog veel meer aanwijzingen dat hij in die tijd rondzwierf in de gehele regio.